Feb 10, 2009
Comments Off

Verkenning actie-onderzoek

Voor het cursustraject heb ik een kleine verkenning gedaan voor het actie-onderzoek. Mijn vraag luidde ‘hoe bedien ik effectief grotere groepen studenten bij ICT cursussen?’

Algemeen plan, probleemstelling

Wat is de aanleiding (reden) om het betreffende aspect van mijn handelen of de situatie waarin dat handelen plaatsvindt te veranderen?

Een aanleiding voor de probleemstelling komt eigenlijk vanuit de maatregelen die wij krijgen opgelegd van het College van Bestuur in verband met de bezuinigingen die de NHL momenteel en in de komende tijd moet ondergaan.

Daarnaast wil ik zelf ook kijken of ik effectiever les kan geven.

Wat denk ik dat de kern van het probleem is?

De kern van het probleem ligt hem voornamelijk in het feit dat het moeilijk is om grote groepen studenten, in het bezit van een computer, bij de les te houden, te kunnen bedienen en te kunnen structureren.

Wat is de relatie tussen wat ik doe en wat ik wil bereiken?

Ik geef momenteel computercursus aan maximaal 15 personen, ik wil in de toekomst proberen computercursus te geven aan minimaal 25 personen.

Wat denk ik dat moet veranderen om tot verbetering te komen?

Ik vermoed dat er een andere lesstructuur/werkvorm nodig is, maar misschien ook een andere indeling van het klaslokaal.

Wat moet ik weten over het probleem?

Wie, wat, wanneer, hoeveel, hoe vaak, in welke situatie, etc.

Ik kennis genomen van mijn directe collega’s van het learning centre. Ik zal ook ervaringen van andere collega’s moeten zien te krijgen en zal daarnaast ‘good practices’ willen bijwonen indien mogelijk.

Wat is er feitelijk bekend over het probleem?

Net als mijn collega’s concludeer ik vrijwel elke cursus weer dat er grote niveauverschillen in de klas zijn. Sommige cursisten nemen de stof ontzettend snel op, en ervaren de les soms zelfs als saai. Andere cursisten moeten de stof meerdere keren herhalen en willen het ‘hoe en waarom’ er achter weten. Dit werkt op de andere, snellere cursisten, irriterend. Deze snellere cursisten beginnen ondertussen andere dingen te doen op de computer, te kletsen met de buurman, en dergelijke. Dit zorgt voor onrust in de klas. In groepen van maximaal ongeveer 15 personen (dit is voor sommige van mijn collega’s al een beetje een te grote groep) zijn deze niveauverschillen nog enigszins op te vangen.

Over welke aspecten moet ik nog informatie verzamelen?

Ik zal onder andere informatie moeten verzamelen over het aspect werkvormen. Welke werkvormen zijn er mogelijk voor computercursussen en welke werkvorm pas ik op dit moment (onbewust) toe. Ook lijkt het mij verstandig onderzoek te doen naar de denkwijze van jongere cursisten, maar ook oudere cursisten (deeltijdstudenten).

Plan voor de verkenning

Hoe verzamel ik gegevens?

Ik zal gegevens verzamelen met behulp van de informatiebronnen op internet. Daarnaast zal ik lessen van andere collega’s bijwonen indien dit computerlessen betreft en indien dit mogelijk is. Ook zal ik consulten aanvragen bij onderwijsprofessionals.

Waar en bij wie haal ik welke gegevens vandaan?

Informatie over verschillende werkvormen en lesstructuren zal ik van internet halen of uit de bibliotheek. Ervaringen en ‘good practices’ zal ik halen uit het bijwonen van lessen van andere collega’s. informatie over de toepassing van verschillende werkvormen zal ik inwinnen bij onderwijsprofessionals.

Wanneer (in welke periode) doe ik dat?

Ik zal dit doen in de periode november – januari.

Hoe beperk ik de verkenning?

Ik zal mij strikt houden aan de informatiebronnen die ik hiervoor heb beschreven.

Relevante informatie

Waarom verwacht ik met deze verkenning relevante informatie te krijgen voor het beantwoorden van mijn vraagstelling?

Omdat ik vertrouw op de al aanwezige kennis van informatiebronnen, alsmede onderwijsprofessionals.

Gerelateerde artikelen:

Comments are closed.